Oostelijke vaarroute: Een brug te ver?

Zeker met de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur is het (opnieuw) beweegbaar maken van de Prins Hendrik brug een gewild onderwerp. Wat zou het mooi zijn de zogenaamde Oostelijke vaarroute door Leeuwarden. Pleziervaart door de stad en niet meer er omheen. Bootjesmensen, die doorgaans weinig geld uitgeven op de wal, maar toch. Alles is mooi meegenomen!

Ambitieus als we zijn is geen brug te ver. Dat we een kostbaar Margaretha Zelle Akwaduct hebben aangelegd komt dan in een ander perspectief te staan. We zijn blij met extra treinen van en naar (richting) Heerenveen, maar wel met als gevolg aangepaste openingstijden van de spoorbrug in het van Harinxmakanaal. Grotere vrachtschepen hebben nog net voldoende tijd door deze brug te schuiven en dwarrelende pleziervaart is dan niet alleen lastig, maar zou ook gevaar opleveren en voor vertraging zorgen. Drie keer per uur een trein heen en drie keer terug beperkt de doorvaartmogelijkheden. De spoorbrug is een knelpunt. Maar een spoorbrug vervangen door een spoorakwaduct lijkt dan wel een brug te ver.

Dan dus de Oostelijke vaarroute? Deze lijkt alleen maar voordelen te hebben. De hobbel bij de bruggen bij het FEC (Slauerhofbrug en Hermesbrug) vergeten we gemakshalve even, al zullen automobilisten daar anders over denken. Beide bruggen liggen in drukke verkeerswegen. De schade valt bij de Verlaatsbrug mogelijk te overzien. Ik kom nu bij de Prins Hendrik brug die natuurlijk beweegbaar had moeten blijven. Maar daarover werd destijds anders gedacht. De brug is wel de verbinding tussen het station en de stad. Het is maar zeer de vraag of de toename van pleziervaart en de ongetwijfeld fraaie aanblik daarvan, opwegen tegen de wachttijden voor mensen die voor een openstaande brug moeten wachten.

Er volgen nog twee bruggen. De Wirdumerpoortsbrug bij de Beurs en de Blokhuispoortbrug, die wel beweegbaar zijn, maar ook belangrijke toegangen zijn tot de stad. De Eerste Kanaalsbrug is een monumentale handbediende draaibrug die nu incidenteel op verzoek wordt opengedraaid. Voor regelmatige bediening voor de pleziervaart zou daarin flink geïnvesteerd moeten worden. Dat kan, maar als je verwacht dat bootjesmensen aanleggen, mogelijk overnachten en geld uitgeven, ben je er niet met een doorvaartroute. Er zijn ook aanlegplaatsen en voorzieningen nodig.

En dan het fraaie Nieuwe Kanaal met aan stadszijde aan weerszijden de Emmakade. Twee kilometer lang (afgerond) 45 meter breed (ook afgerond) en gevuld met (naar schatting) een meter vervuild slib. Ruim dat maar eens op. Wat kost dat en waar laat je dat? Een Froskepolle twee? De bewoners van de woonboten zullen wisselend denken over toename van pleziervaart. Overigens geldt dat ook voor de museumhaven en bewoners aan de wal. De gevolgen van intensieve pleziervaart zijn moeilijk te overzien en worden verschillend beleefd.

Bij Friesland Campina is er een beweegbare brug (de Tweede Kanaalsbrege) in een zeer drukke weg. Even verderop komen we bij de spoorbrug Leeuwarden, Groningen. Een incidenteel geopende draaibrug voor zover het treinverkeer dat toelaat.

Op de Tynje voorbij de Leeuwarder Jachthaven en de mooie invaart naar de Potmarge nog steeds de mooiste invaart naar Leeuwarden. Je boot mag dan niet diep steken en niet hoger zijn dan 90cm anders zit je klem bij de Blokhuispoort en mag je weer terug.

Kom ik bij de Greunsbrege. Een beweegbare brug en ruim voldoende diepgang. Ook een brug in een zeer drukke verkeersweg. Bij openstelling van de Oostelijke vaarroute zal deze brug veel vaker openstaan met grote gevolgen voor het wegverkeer. Daarna komt de pleziervaart toch weer op het van Harinxmakanaal en ligt ook de afslag naar de staande mast route via Wergea naar Grou om de hoek en kan het van Harinxmakanaal worden gevolgd richting Burgum. De pleziervaart kan door de stad. Buitenom hebben ze niet meer de hobbel van de spoorbrug en de van Harinxmabrug ingang vanuit Heerenveen en Goutum.

De hobbel bij het Drachtsterplein, de Drachtsterbrug, is weggenomen door de komst van het Esscherakwaduct. Dit miljoenen kostende aquaduct geeft de beroeps- en pleziervaart nu vrije doorvaart en zorgt ervoor dat wegverkeer niet meer hoeft te wachten voor een openstaande brug maar voor de verkeerslichten op het Drachtsterplein.

De Prins Hendrikbrug had nooit een vaste brug moeten worden. De Tweebaksmarkt had open moeten blijven zodat het Statenjacht voor de deur van het Provinciehuis had kunnen liggen. Zo zijn er meer fraaie oude stadsgezichten die we misschien in ere willen herstellen. Gelukkig zijn er ook veel in stand gebleven. Geldgebrek destijds om te veranderen, levert nu ook rijkdom op.

Infrastructuur is geldverslindend. Als je dan de keuze moet maken tussen wegen en vaarroutes en zorg, leefbaarheid en welzijn van inwoners? Waar kies je dan voor?

Ik heb geprobeerd contact te leggen met Prins Hendrik: "Laat mijn brug maar een vaste brug blijven van mij hoeft hij niet beweegbaar te worden. De kosten zijn te hoog en de baten te laag" zo meende ik te horen, maar Prins Hendrik is niet meer. Hij gaat ook niet over de brug die zijn naam heeft gekregen.

Van mij mag hij beweegbaar worden (de brug), maar of de voordelen opwegen tegen de nadelen? Daarover beslissen de gekozen volksvertegenwoordigers en dus de kiezers!

 


Geschreven op 11. oktober 2017 door Jan Waterlander

Heeft u een mooi verhaal? Stuur dan uw verhaal in voor ons gastblog; een podium voor iedereen! Een verhaal insturen kan via onze contactpagina en via ons e-mailadres; info@50plus.frl