Transfermarkt voor politici?

In de voetbalwereld wordt het nieuws twee keer per jaar gedomineerd door transfernieuws. Clubs doen veel moeite zich te versterken en spelers willen spelen voor de club waar zij het best uit de verf komen, en sportief (en financieel!) er op vooruit kunnen gaan.

Clubliefde is inwisselbaar. Het gaat om resultaten en perspectief voor zowel de club als de speler. Daarbij speelt geld een belangrijke rol. Soms veel geld. In de politiek lijkt dat anders, maar dat is schijn. Ook daar speelt geld een rol.

Als je met een sterke lijst meer stemmen krijgt, heb je als politieke partij niet alleen meer macht en invloed, maar ook meer geld en betere faciliteiten. Politieke partijen strijden om de gunst van de kiezer en kunnen daar beter van worden. Vergelijkbaar met een voetbalclub die supporters wil binden en de sterkst mogelijke opstelling wil kunnen maken. Ook politieke spelers kunnen zichzelf verbeteren.

Net als in de sport zie je ook verschuivingen in de politiek. Soms wordt gesproken van partijhoppers die, anders dan in de sport, opportunisten worden genoemd. Want het zou dan om persoonlijk belang en persoonlijke ambities gaan. Vergeten wordt dan dat politieke partijen bij de samenstelling van hun kandidatenlijsten ook vaak buitenstaanders laten invliegen om daar zelf beter van te worden. Opportunisme komt dus zowel bij politici voor als bij politieke partijen. Dat heeft niks met voetbal te maken. Of toch?

In de politiek spelen dusdanige normen en waarden een rol, dat je doorgaans niet zomaar van de ene partij bij de andere binnenkomt. Daardoor verdwijnt soms ook kwaliteit en ervaring, en betalen wij wachtgeld voor politici en bestuurders die bij hun partij buiten de boot vallen en er bij een andere niet inkomen omdat ze van die andere partij afkomstig zijn. We merken dat als een speler van Cambuur naar Heerenveen wil overstappen of omgekeerd: dat pikken de supporters niet!

Toch verbaas ik me over diezelfde trend bij volksvertegenwoordigers. Deel uitmaken van een fractie in de Tweede Kamer, Provinciale Staten, of Gemeenteraad doe je in ons bestel voor een politieke partij. Maar hoe exclusief is dat?

“Groen” loopt door veel partijen evenals zorg, welzijn, onderwijs, ouderenbeleid, leefbaarheid, veiligheid, vervoer en verkeer. Weliswaar is er een partijstandpunt, maar net zoals kiezers zijn ook volksvertegenwoordigers niet allemaal hetzelfde. Ook niet als ze bij dezelfde partij zijn aangesloten of deel uitmaken van dezelfde fractie. Interesses, opvattingen, normen en waarden en kwaliteiten, zijn niet alleen voorbehouden aan een partij of fractie.

Een goede speler van Ajax kan toch ook goed zijn bij Feyenoord? Waarom kan een politicus van de ene partij dan geen goede politicus zijn voor een andere partij? Kun je het volk alleen vertegenwoordigen bij die ene partij? Of kun je je kwaliteiten in verschillende situaties bij verschillende partijen benutten en verder ontwikkelen?

Kortom: Hoe zit dat met de transfermarkt voor politici?

Om me heen kijkend zie ik dwars door de politieke partijen heen mensen waarmee je nooit oorlog zult krijgen, maar ook niet zult winnen. Ik zie ook mensen waarmee je de oorlog wel kunt winnen. Mensen waarvan ik denk: die zou ik er graag bij hebben! Waarom zit die bij die partij en niet bij een andere? Waarom niet bij ons?

Binnen politieke partijen is er wel degelijk een soort transfermarkt. Soms gaan talenten van een gemeente naar de provinciale politiek, soms ook naar de landelijke politiek. Soms wordt politiek talent verplaatst naar het bestuur, om wethouder, gedeputeerde, of burgemeester te worden. Soms kiezen mensen voor een bestuursfunctie als opmaat naar een politieke.  Politieke partijen hebben zelfs scouts, trainers en coaches, maar dat blijft binnen de club.

Natuurlijk speelt mee dat 50PLUS vertegenwoordigers, leden en kiezers, vrijwel altijd actief zijn geweest voor een andere partij of in het verleden daarop hebben gestemd. Vertegenwoordigers van lokale partijen, gemeentebelangen of de FNP, zullen bij verkiezingen waaraan hun partij niet meedoet, zoals bij landelijke of Europese, ook op een andere partij stemmen. Zo exclusief is het dus niet!

Politieke verschuivingen wijzen ook op het verschijnsel van partijhoppers. Kiezers veranderen doorlopend van opvatting en keuze. Daarom zijn er ook om de zoveel jaar verkiezingen met soms verrassende uitslagen. Als de voorkeur van kiezers varieert, waarom mag dat dan niet variëren bij gekozenen?

Het blijft daarom een merkwaardig verschijnsel, dat de kandidatenmarkt behoorlijk vastzit. Dat ervaren, kwalitatief best goede politici van het toneel verdwijnen en dat er in de aanloop naar verkiezingen geen transfermarkt is voor politici. Dit geldt net zo goed voor bestuurders. Competenties waarover je moet beschikken als wethouder, burgemeester, gedeputeerde of minister of staatssecretaris, kun je moeilijk partijgebonden noemen. Zeker niet na invoering van het dualisme (scheiding van politiek en bestuur).

De tijd lijkt rijp voor een transferperiode voor politici en bestuurders. Een periode waarin het gaat om het vormen van sterke teams, benutten van kwaliteiten en ontwikkelingsperspectief. En dan niet binnen bestaande politieke partijen, maar ook tussen partijen en van buitenaf!

 


Geschreven op 03. oktober 2017 door Jan Waterlander

Heeft u een mooi verhaal? Stuur dan uw verhaal in voor ons gastblog; een podium voor iedereen! Een verhaal insturen kan via onze contactpagina en via ons e-mailadres; info@50plus.frl