Babies steeds rijker?

Ik houd niet van gemiddelden. Wat heb ik eraan als de gemiddelde leeftijd omhoog gaat en ik ga zelf te vroeg dood? Wat heb ik eraan als de werkgelegenheid onder ouderen toeneemt en ik zonder werk zit? Wat heb ik eraan als de huizenprijzen stijgen en ik mijn huis niet kan verkopen?

Grote gemiddelden zeggen weinig. Gemiddelden in een kleinere groep zeggen al weer meer. Bij gemiddelden worden vaak appels met peren vergeleken. Zo kan de fruitoogst best meevallen, terwijl er geen peer van de boom komt. Soms wordt gerekend met Europese of mondiale gemiddelden. Dan moet je zeker voorzichtig zijn met interpretaties.

Als het om inkomensverschillen gaat en verschil in rijkdom worden vaak jongeren tegen ouderen afgezet en omgekeerd. De stelling wordt dan geponeerd, dat “de jongeren” zouden opdraaien voor bijvoorbeeld de pensioenen van “de ouderen”. Of dat de huidige pensioenaanspraken van ouderen, “hun geld”, tot gevolg zou hebben dat jongeren later minder rechten hebben. Het is beter om vergelijkingen te maken tussen een groep ouderen in het verleden, heden en toekomst. Je vergelijkt dan ouderen van nu met jongeren van vroeger. En je vergelijkt jongeren van nu met ouderen van later.

Zo ook voor jongeren. De levensloop van huidige ouderen vergelijken met de verwachte levensloop van huidige jongeren kent de nodige beperkingen en misvormingen.

Een pensioen van een oudere die met 16 jaar is gaan werken en zijn of haar hele werkzame leven fulltime heeft gewerkt vergelijken met het verwachte pensioen van huidige jongeren die mogelijk 10 jaar ouder zijn als ze gaan werken en dan wellicht in deeltijd, met een lagere pensioen opbouw, geeft een scheef beeld.

Ik houd niet van gemiddelden, want middelen vertekent de werkelijkheid.

Zo liep ik ook aan tegen de vaststelling, dat pas geborenen in Nederland, nog nooit zo rijk zijn geweest als nu. Mijn eerste reactie was: Onzin! Iedereen wordt even rijk, of zo je wilt, even arm geboren. Dat is nu, maar was vroeger niet anders.

Maar zoals voor rijkdom van ouderen soms wordt gekeken naar hun pensioen vooruitzichten, kun je natuurlijk bij pasgeborenen ook kijken naar hun vooruitzichten. Het recht op langdurig onderwijs vertegenwoordigd een hoog bedrag. Met dat vooruitzicht, met dat tegoed, wordt je geboren. Je recht op gezondheidszorg idem. Als pas geborene betaal je daar niet voor, maar het maakt wel deel uit van je rijkdom. Aannemelijk is dat demografische ontwikkelingen voor jongeren van nu een veel gunstiger arbeidsperspectief meebrengen, dan waarvan decennia geleden sprake was.

Demografische ontwikkelingen spelen een niet direct verwachte rol. Het gemiddeld lagere aantal kinderen, hoeft het welvaartsniveau waarin ze wordt geboren, met minder mensen te delen.

Dat ontstaat al in de eigen gezinssituatie. Vanaf de geboorte participeren kinderen meteen in de gezinseconomie en dan maakt het verschil of je opgroeit als enigst kind of de pot met veel broertjes en zusjes moet delen. Er is veel armoede en vaak is het moeilijk de eindjes aan elkaar te knopen. Ook daarop is de gezinssamenstelling van invloed.

Wat mij opvalt is dat ook veel ouderen hun kinderen faciliteren tijdens de studie. Kamerhuur wordt soms betaald, maar daar blijft het niet bij. Waar vroeger werkende thuiswonende kinderen “kostgeld” betaalden, is dat in veel gevallen niet meer aan de orde.

Daar waar ouders of ouderen het financieel beter hebben, hebben hun kinderen het ook beter.

Ik las hoeveel spaargeld mensen gemiddeld hebben en hoeveel overwaarde gemiddeld in huizen zit. Ik houd niet van gemiddelden, maar van wie is dat bezit en van wie wordt het?

Vroeger was het bezit kleiner en minder waardevol. Na het overlijden moest het door meer kinderen worden gedeeld. Ouderen hebben hun pensioenpotje en jongeren in sommige gevallen een aardig vooruitzicht op een erfdeel dat minder gedeeld hoeft te worden. Er zijn ook steeds meer alleenstaanden en samenwonenden zonder kinderen. Hun bezit verdampt niet bij overlijden en het kan een leuk perspectief zijn voor neefjes en nichtjes.

Onze armoede en rijkdom is van iedereen en niet van een bepaalde generatie. Dat rijkdom en armoede niet eerlijk is verdeeld is een ander probleem. De financiële positie van ouderen behoort niet alleen toe aan ouderen, maar ook aan jongeren. Onze welvaart, onze armoede en onze rijkdom behoort toe aan iedereen. Van armoede en van rijkdom merken we allemaal de effecten en zou dus iedereen een zorg moeten zijn ongeacht de generatie waartoe je behoort.

Ik houd niet van gemiddelden, maar als je dan toch gaat middelen en kijkt naar huidige en toekomstige ontwikkelingen, dan zou het best kunnen kloppen dat de pasgeborenen van nu in Nederland, nog nooit zo rijk zijn geweest als nu.

 


Geschreven op 20. september 2016 door Jan Waterlander

Heeft u een mooi verhaal? Stuur dan uw verhaal in voor ons gastblog; een podium voor iedereen! Een verhaal insturen kan via onze contactpagina en via ons e-mailadres; info@50plus.frl