Beelden

Bij ons in het dorp wist je van iedereen die je kende wat hij of zij deed. Ik bedoel dan wat voor werk ze deden. Geen inhoudsloze functienaam, maar wat ze echt deden. Je wist wat je vader overdag deed en van je meeste klasgenoten wist je ook wat ze deden. Je zag ook wat ze deden. Je wist wat de bakker deed, de slager, de smid, de melkboer, de vuilnisman, maar ook wat er in de fabriek gebeurde. Van de boer kon je beschrijven wat hij deed. Je had duidelijke beroepsbeelden die vrijwel overeen kwamen met wat er concreet werd gedaan.

Later in het onderwijs stelde ik die vraag wel eens aan mijn leerlingen. Wat doet jouw vader voor werk? Of wat doet je moeder? De antwoorden waren vaak onthutsend. "Mijn vader gaat met een tas vol papier de deur uit en komt daar 's avonds mee terug." "Mijn moeder praat de hele dag met mensen over problemen". Veel ouders zitten achter een computer, bellen met mensen, bespreken dingen, maar wat doen ze eigenlijk?

Tegenwoordig is sprake van grote onduidelijkheid van beroepsbeelden, waardoor in het onderwijs vaak een verkeerde keuze wordt gemaakt. Als je een beroepsrichting kiest is het handig om te weten wat je er dan later mee kan of moet gaan doen. Of maakt het niet uit?

Nadat ik gestopt was met werken kreeg ik ook regelmatig de vraag: Wat doe je overdag nu je niet meer werkt? Ik gaf dan aan dat ik zo ongeveer hetzelfde deed als toen ik werkte. Met mensen praten, computeren, troep maken en opruimen, het nieuws volgen, me aan tijden en afspraken houden, zorgen dat gedaan wordt wat gedaan moet worden. Ik heb alleen geen baas meer, maar wist die wat ik deed? Wat voor beeld had hij van de werkelijkheid en wat deed hij eigenlijk?

Over wat mensen feitelijk doen bestaan vaak oppervlakkige algemene beelden. Veelal inhoudsloze karikaturen van de werkelijkheid. Dit geldt overigens niet alleen voor werk. De vaststelling "ik sport", "ik ga winkelen", "ik ga lekker uit", of  "dan heb ik vakantie" is al even nietszeggend en zegt niets over wat je feitelijk doet. Wat je echt doet! Het sluit hooguit dingen uit die je ook zou kunnen doen.

Ik kan best beredeneren waardoor deze armoede misschien is ontstaan, maar ik neem daar geen genoegen mee. Is de samenleving complexer of juist eenvoudiger geworden? Is de belangstelling en betrokkenheid afgenomen? Is er teveel informatie voorhanden waarvan we kennis kunnen nemen waarvoor we ons brein afschermen?

Voor mij is de verleiding groot om niet te zeggen wat ik precies doe in de politiek. Mensen hebben daar een beeld van dat ik misschien maar zo moet laten. Want wat je feitelijk doet, daar word je niet altijd vrolijk van. Ik probeer het mensen uit te leggen en vind het later een verademing als mensen (ouder dan ik) er wel in slagen om concreet duidelijk te maken wat ze feitelijk doen. En wat het er toe doet: wat ik met mijn werk voor elkaar krijg wat anders niet goed zou gaan.

Vroeger was niet alles beter, maar wel de beroepsbeelden die mensen hadden. Die waren duidelijker en veel minder verhullend dan het jargon waarvan we ons nu doorgaans bedienen.

 


Geschreven op 08. juni 2016 door Jan Waterlander

Heeft u een mooi verhaal? Stuur dan uw verhaal in voor ons gastblog; een podium voor iedereen! Een verhaal insturen kan via onze contactpagina en via ons e-mailadres; info@50plus.frl