Staten mores en sores

Provinciale Staten van Fryslan stellen grotendeels hun eigen regels vast. Uiteraard binnen wettelijke kaders. Sommige regels zijn vastgelegd in een Reglement van orde en andere regels zijn ongeschreven: Onze mores. Van Statenleden (ook nieuwe) wordt verwacht, dat zij zich houden aan deze geschreven en ongeschreven regels. Het veranderen van "spelregels" kan, maar dat blijkt in de praktijk niet altijd even gemakkelijk. Daar is (zo hoort dat) een meerderheid voor nodig die besluit om de op dat moment van toepassing zijnde regels en afspraken te veranderen.  

Wat is de gangbare praktijk?  

Gedeputeerde Staten (GS) brengen op eigen initiatief of op verzoek van Provinciale Staten (PS), een lid, of leden van PS een bespreek of beslispunt in. Meestal is dit "een stuk", maar het kan ook gaan om schriftelijke of mondelinge vragen, moties of amendementen of initiatief voorstellen. Vervolgens zeggen woordvoerders van politieke partijen wat zij daarvan vinden. Als ieder lid (die dat wil) zijn of haar beurt heeft gehad, zegt een lid van GS wat hij of zij daarvan vindt. Soms geven meerdere Gedeputeerden hun standpunt weer en blijft het standpunt van "het college" onduidelijk. Daarna mag iedere woordvoerder zeggen wat hij of zij daarvan vindt en daarop reageert de Gedeputeerde weer.

Het is overwegend een serie dialogen tussen een PS lid en een GS lid. Er zijn onderbrekingen (interpellaties) mogelijk naar aanleiding van wat wordt gezegd. Ook deze hebben vaak de vorm van een dialoog: Bestuurder versus politicus. De voorzitter bewaakt de vooraf vastgestelde spreektijd. De verschillende woordvoerders, zowel van GS als PS, bepalen de inhoud. Die verschilt, maar overlapt elkaar ook. Zeker als woordvoerders aan een vooraf ingenomen fractie standpunt zijn gehouden, brengen zij naar voren wat zij hebben voorbereid. Dat kan in de praktijk leiden tot verschillende keren hetzelfde soort verhaal. Anderen willen juist op hun manier "het verschil" maken door als enige te kiezen voor een bepaalde invalshoek.

Besluitvorming vindt plaats na "de beraadslagingen" aan het eind van de vergadering. De uitkomst daarvan is meestal weinig verrassend. Gedeputeerden hebben soms al aangegeven "iets over te nemen" of juist "iets af te wijzen". Er is sprake van fractie en coalitie discipline, waardoor uiteindelijk na een lange vergadering niemand het verschil heeft gemaakt en in de meeste gevallen die uitkomst redelijk voorspelbaar is.  

Tot zover een karikatuur van de werkelijkheid.  

Waar het om moet gaan is politieke oordeelsvorming van PS op hoofdlijnen waarna het college van GS de besluiten uitvoert of beargumenteert waarom zij dat niet wil of kan. PS zien vervolgens toe op de uitvoering door GS. GS informeert PS over de voortgang en resultaten. De dialoog tussen individuele Statenleden en Gedeputeerden is doorgaans niet relevant. Gedeputeerden kunnen beter niet ingaan op wat iedere woordvoerder heeft gezegd en de Statenleden eerst tot een gezamenlijk standpunt te laten komen en pas dan daarop te reageren.

In plaats van dialogen tussen Statenleden en Gedeputeerden zijn dialogen tussen Statenleden nodig. Statenleden, fractiewoordvoerders, maar ook zij die geen woordvoerder zijn zouden veel meer met elkaar in debat moeten zijn en elkaars standpunten helpen verduidelijken, zodat de Staten tot hun politieke standpunt inname komen. Dat is zuiverder dan hoe het er in de praktijk aan toegaat.

Als ik vanuit het perspectief van 50PLUS een standpunt inbreng is de reactie daarop van een Gedeputeerde, hoe goed bedoeld, ondergeschikt aan wat mijn mede volksvertegenwoordigers daarvan vinden. En daar zou het juist om moeten gaan! Het gaat om het vinden van inhoudelijk draagvlak in de Staten en niet om mogelijk als minderheid in de Staten een Gedeputeerde te verleiden tot toezeggingen, of door een Gedeputeerde geparkeerd te worden, zonder te weten wat mijn mede Statenleden vinden.  

Dit vraagt om en zal leiden tot een heel andere dynamiek van de Statenvergadering: Geen uitgebreide spreektijd van Gedeputeerden na een eerste en een tweede termijn, anders dan eventueel op verzoek van een meerderheid van de Staten. Een eerste termijn waarin standpunten worden verduidelijkt en een tweede termijn waarin Statenleden op elkaars standpunten ingaan en niet op die van een Gedeputeerde.  

Als het gaat om uitvoering van ingenomen standpunten en besluiten is het standpunt van een Gedeputeerde ook ondergeschikt aan het standpunt van het college van Gedeputeerde Staten. GS is immers een bestuurlijke eenheid en niet een portefeuillehouder.  

Er is een verandering nodig in de mores van de Staten om recht te doen aan politiek bestuurlijke verhoudingen in een dualistisch bestel. Het zal ook wezenlijk bijdragen aan herkenbaarheid voor de kiezers en het politiek debat een stuk levendiger maken.    

Maar, zoals gezegd, het is aan de Staten om zich hierover uit te spreken. Dit neemt niet weg dat wij ons standpunt hebben en zeer wel bereid zijn om de discussie hierover aan te gaan.


Geschreven op 11. februari 2016 door Jan Waterlander

Heeft u een mooi verhaal? Stuur dan uw verhaal in voor ons gastblog; een podium voor iedereen! Een verhaal insturen kan via onze contactpagina en via ons e-mailadres; info@50plus.frl