Over inspraak, openbaar vervoer en evenementen in dorpen

In 2021 moet de nieuwe Omgevingswet in gaan. Een wet die initiatieven van onderop beter moet honoreren. Rijk, provincie en gemeente moeten dan een houding hebben van ‘ja, mits’ als burgers en/of instellingen met initiatieven voor hun omgeving komen; in plaats van ‘nee, (het kan niet) tenzij’. Landelijk, op provinciaal niveau en gemeentelijk moet eerst een Omgevingsvisie worden opgesteld. We schreven er eerder over.

Inspraak op ontwerp-omgevingsvisie

De concept-Omgevingsvisie is in Provinciale Staten behandeld. En bij het ter perse gaan van deze boodschap loopt de inspraakprocedure nog tot 16 december. Dat is nauwelijks bekend bij het publiek en Gedeputeerde Staten doet er ook weinig aan om dat bekend te maken, vinden wij. GS had namelijk op aandringen van 50PLUS een expliciete toezegging gedaan en een toezegging gekregen. Letterlijk: “Er zal voldoende aandacht worden besteed aan de communicatie over de terinzagelegging van de ontwerp-omgevingsvisie, zodat de hele mienskip goed geinformeerd en actief betrokken wordt.”

Statenlid Theun Wiersma heeft er daarom tijdens de Statenbijeenkomst op 27 november mondelinge vragen over gesteld. Uit de antwoorden van gedeputeerde Fokkens bleek dat de inspraakprocedure genoemd is in de algemene provincieadvertentie die regelmatig verschijnt in de Leeuwarden Courant en het Friesch Dagblad (en een aantal huis-aan-huis-bladen). De provincie heeft op 20 en 21 november twee inloopmiddagen (in Heerenveen en Leeuwarden) georganiseerd. Let wel: MIDDAG! Op tijdstippen dat de meeste mensen met werk aan het werk zijn. Zij vertelde verder dat er sinds 4 november met enkele tentallen mensen gesproken was, wat tot zeven reacties had geleid. (Is dat de hele mienskip?) Maar, zo verwoordde zij, de inspraakprocedure loopt nog tot 16 december. (En achteraf bleek dat mevrouw Fokkens er toch iets meer werk van maakte dan tot dan toe.) 

Natuurlijk weten wij dat niet velen geneigd zijn aan dergelijke inspraakprocedures mee te doen. Maar het feit dat je als provincie weinig reacties krijgt mag niet liggen aan het gegeven dat de mensen niet wisten dat ze in konden spreken. 

Openbaar busvervoer

Volgend jaar wordt gezocht naar een vervoerder die van 2002 tot 2032 het busvervoer in Friesland moet gaan verzorgen. Wat 50PLUS betreft wordt dat vervoer (zeker op het platteland én in wijken van steden) steeds schaarser. Een verkeerde ontwikkeling. Een commercieel vervoerder zal sneller denken aan zijn eigen portemonnee dan een overheid en als het – om in zakentermen te spreken – ‘niet uit kan’ dan zal die vervoerder snel geneigd zijn om op diverse lijnen het bijltje er bij neer te gooien. Zo bleek ook tijdens de opmaat naar de behandeling in de Staten. De fractie van 50PLUS kwam er achter dat er zich door heel Fryslan een fijn vertakt netwerk van kleine buslijnen bevindt, waar – op bestelling – een bus(je) rijdt: de Opstapper. Al vanaf 2012 georganiseerd door Arriva. Maar er zijn een heleboel mensen die dat niet eens weten. Arriva maakt er geen reclame voor. En de Opstapper wordt ook niet genoemd in reisplanners. Die lijntjes zijn dan ook vaak een stille dood gestorven. Want onbekend maakt onbemind. 

Wat 50PLUS betreft zou het hele openbaar vervoer (weer) in handen van provinciale overheid moeten. Net zoals in Groningen – Drenthe. Een overheid kan nog wel eens investeren in lijnen die misschien financieel minder rendabel zijn, maar maatschappelijk wel gewenst. Maar daar kregen we de handen in PS niet voor op elkaar. Dan wilden we dat een soort regeling als De Opstapper los zou komen te staan van het busvervoer over de hoofdstructuur. (die voornamelijk tussen grotere kernen rijdt.) Maar ook daar waren GS en de meerderheid van Provinciale Staten niet voor. Men gaat gewoon weer aan de nieuwe vervoerder vragen kleinschalig busvervoer op het platteland te organiseren. Om er dan opnieuw na tien jaar achter te komen dat de opzet mislukt is? Theun Wiersma heeft in de bijeenkomst laten weten deze ontwikkeling  zeer kritisch te blijven volgen.

Evenementen in dorpen

Volgens het bestuursakkoord streeft de provincie naar een leefbaar platteland. (Ongeveer 80% van Fryslan is platteland.) De leefbaarheid in dorpen is gebaat bij periodieke, openbare en voor de bezoekers gratis evenementen. Evenementen waar men als dorpelingen elkaar kan ontmoeten. Maar die ook vaak ook aantrekkelijk zijn voor toeristen. En goed voor de mensen met een kleine portemonnee en ouderen, die haast hun dorp niet meer uit kunnen komen.

Die evenementen – meestal georganiseerd door een groep vrijwilligers – kosten uiteindelijk wel geld. Materiaal, techniek en artiesten moeten betaald worden. Het gaat vaak niet om grote bedragen. Met een paar duizend euro kan zo’n dorp al iets doen.

Gedeputeerde Staten geven altijd vrij hoog op over het Iepen Mienskip Fûns. Als er in dorpen initiatieven zijn, die geld kosten kunnen die kleine kernen daar aankloppen, zegt GS al snel.

Maarr……..  alleen als het evenement  nieuw is!

Organiseer je als kleine kern een keer iets met geld vanuit het iepen Mienskip Fûns dat wegens succes het volgende jaar geprolongeerd kan worden, dan krijgt het dorp het volgende jaar geen geld meer. Althans niet uit het Iepen Mienski[p Fûns. Terugkerende activiteiten kunnen niet op steun reken. En daar wilde GS en de meerderheid van Provinciale Staten geen uitzondering voor maken. Zo bleek toen 50PLUS voor kleinschalige,  terugkerende evenementen, die openbaar en gratis toegankelijk zijn in kleine kernen via een motie de mogelijkheid vroeg.

50PLUS zal nu proberen een dergelijke faciliteit voor kleine kernen via de begroting voor Cultuur te gaan regelen. Maar dat duurt dan nog tenminste een jaar.