Ongekende demografische ontwikkelingen

Demografie geeft de ontwikkeling van de opbouw van de bevolking aan. Hoeveel kinderen er zijn.  Hoeveel volwassenen, waaronder ouderen. Te pas en te onpas wordt  het woord ‘demografie’ gebruikt. Maar wat 50PLUS betreft te vaak om daarmee aan te geven dat we in een gebied of de hele provincie met krimp te maken hebben. Maar zelfs zonder krimp komt er een bevolkingsopbouw die we nog nooit gekend hebben.  ‘Normaal’ gesproken wordt de basis van een bevolking gevormd door kinderen, is er een hele grote groep economisch actieven (zo tussen 25 en 65 jaar) en een plukje ouderen. Theun Wiersma heeft aan GS een grafische weergave overhandigd, waaruit  de stand van de Friese bevolking in 1988 en in 2019 te zien is. In 1988 nog de ‘normale’ situatie. In 2019 echter een situatie waarbij er (onderaan de grafiek) relatief veel minder kinderen zijn en een hele grote groep (meer dan de helft van de bevolking) aan mensen van 45 tot 80 jaar. En deze beweging zet zich nog even door. Totdat er rond 2050 in elke leeftijdsgroep ongeveer evenveel mensen zijn. En wat ook uit de grafiek opvalt: sinds 1988 is de Friese bevolking met zo’n 50.000 gegroeid. Dus niet gekrompen!

Dit moet ons aan het omdenken brengen over hoe we de komende decennia met Friese bewoners om gaan. Zelfs als we de uitloop van jongeren naar andere gebieden dan Fryslan tegen kunnen houden, zal het merendeel van de bevolking 50 plus zijn.

Het moet ons aanzetten tot anders gaan denken over bijvoorbeeld mobiliteit. We krijgen te maken met een generatie senioren die in de afgelopen decennia het openbaar vervoer zijn uitgejaagd. Een collega-statenlid zei laatst:  “Friesen moeten op hun 18e een auto hebben want anders komen ze hun dorp niet uit” En gezien de welvaart kan dat ook vaak. Als we deze mensen niet meer in trein of bus krijgen, er daardoor te weinig aanbod is van reizigers  en we daardoor  lijnen gaan schrappen dan zijn er twee groepen de dupe van: de jongeren die nog geen eigen vervoer hebben en de ouderen, die liever meer zelf de weg op gaat.

We moeten ook heel anders gaan denken over wonen. En zullen er veel meer huishoudens van 2 personen zijn. Jongeren die starten. Ouderen van wie de kinderen het huis uit zijn. Of van wie de relatie is beëindigd. We zullen dus niet meer alleen van die mooie een-gezinshuizen moeten bouwen voor 4 of meer personen,  maar meer woningen gericht op 1- en 2 personen. Ouderen én jongeren! Ook in dorpen. De provincie is wat 50PLUS betreft te star in het adagium ‘niet in het buitengebied bouwen’.  Zelfs niet rondom dorpen. Terwijl dorpen vaak geen ruimte ‘binnen’ hebben om dit soort woningbouw te realiseren.

Wat zal het gevolg zijn? Jongeren trekken naar de stad omdat daar de opleidingen zijn en het werk ligt. Ouderen trekken naar de stad omdat daar de kleinere woningen en appartementen zijn.  Kijk maar eens naar de plannen van Leeuwarden en Sneek bijvoorbeeld. Maar  dorpen stromen grotendeels leeg.  Want het is noch voor jongeren noch voor ouderen aantrekkelijk om daar te blijven wonen. Dat zet de leefbaarheid van mensen die niet weg kunnen zwaar op de tocht. Terwijl 80% van onze provincie ‘platteland’ is.

Ouderen zullen zeker uit de dorpen gaan trekken als zij verplicht worden om hun huizen te gaan verduurzamen tegen veel kosten die zij nooit meer terug zullen verdienen.

De demografische ontwikkeling heeft invloed op werkgelegenheid. Prachtig al die gigantische leerfabrieken voor jongeren. Maar de meeste jongelui verlaten na afloop van de studie weer heel  snel Fryslan, want hier is toch niets te doen. En senioren die nu werk doen dat vervangen gaat worden door robots? Een paar jaar geleden zaten hier nog grote financiële instellingen. Achmea, ING, Aegon. Je ziet alweer een leegloop. Deze instellingen bouwen voort op IT-technologie. Met veel minder mensen. En in de Randstad. Wat komt er voor terug? En wat is er voor senioren die een zwaar beroep doen en omgeschoold moeten worden? Niet iedereen kan conciërge worden. Of koerier. Maar in de gastvrijheidseconomie is er wel behoefte aan.

Over de zorg heeft de provincie niet zoveel te zeggen. Maar er zijn gemeentegrensoverschrijdende uitdagingen. Als in een kleine kern  een verzorgingshuis wordt opgeheven stelt men heel gemakkelijk dat de bewoners best naar de grotere plaatsen kunnen. Voor die mensen staat op zo’n moment het geluk echt niet op 1, zoals de titel luidt van het bestuursakkoord.

 

Dit is een samenvatting van het betoog dat Theun Wiersma hield tijdens de begrotingsbehandeling 2020 door Provinciale Staten