Met elkaar voor elkaar

Ik blijf optimistisch, maar heb ook mijn twijfels of we de grote uitdagingen van vandaag en morgen doeltreffend kunnen aanpakken en de oplossingen daadwerkelijk kunnen realiseren op de manier zoals we dat gewend zijn.

Aan de vooravond van de verkiezingen is duidelijk, dat we voor grote uitdagingen staan. Milieu, energie, omgeving, klimaat, demografische ontwikkelingen, zorg, werkgelegenheid, wonen en leefbaarheid zijn geen hamerstukken. Het zijn terugkerende onderwerpen die in de komende jaren grote uitdagingen voor ons zullen zijn. Niet alleen in verkiezingstijd vraag ik me af of we deze en andere uitdagingen wel doeltreffend kunnen aanpakken? Zijn we daadwerkelijk in staat oplossingen te realiseren? En zo ja, kan dat dan op de manier die we gewend zijn? Ik blijf optimistisch, maar heb ook mijn twijfels.

Allereerst stel ik vast dat er een versnelling zit in maatschappelijke en technische ontwikkelingen. Besluiten nemen gericht op een wereld van over 30 jaar, lijkt onmogelijk te onderbouwen. Nu beslissen over windmolens die dertig jaar moeten draaien, suggereert dat je met betrekking tot energie dertig jaar vooruit kunt kijken… En toch zal je keuzen moeten maken. De wereld waarvan wij deel uitmaken verandert zo snel, dat je ongetwijfeld tussentijds moet bijsturen. Dat vraagt om flexibiliteit, slagvaardigheid en een andere dynamiek dan ik aantref in de huidige politiek. Tegenstellingen uitvergroten is soms best leuk om te zien en ook leuk voor de media, maar schieten we er ook wat mee op?

Uiteindelijk besluit de meerderheid. Dat klopt. Maar hoeveel draagvlak heeft een meerderheid van een coalitie van partijen met een dichtgespijkerd akkoord gekozen door amper 50% van de kiesgerechtigden? Ik vind het ongepast om bij de grote uitdagingen waar we voor staan je af te zetten tegen anderen. Dus niet: de kiezers tegen de niet-kiezers, de ene partij tegen de andere of een vaste coalitie tegen een vaste oppositie. Ook niet grote partijen tegen kleine partijen of links tegen rechts of meerderheid tegen minderheid. Ook niet Den Haag tegen ons of wij tegen Brussel. Door tegen elkaar te strijden sluit je anderen uit terwijl de grote uitdagingen ons allemaal raken!

Zelfs binnen politieke partijen wordt tegen elkaar gestreden in plaats van met elkaar. Er ontstaan afsplitsingen, nieuwe partijen en het streven naar macht en posities stuurt de inhoud... Juist nu, nu de inhoud zo belangrijk is. Daarom vraag ik me af of we dat kunnen op de manier zoals we die gewend zijn. Dat is de grootste uitdaging. Hoe krijgen we dat voor elkaar zonder gerommel in de marge, zonder folkloristisch aandoende debatten en zonder symboolpolitiek? De uitdagingen zijn te belangrijk voor politieke spelletjes.

“Hoe richten we ons democratische bestel in zodat we uitdagingen die iedereen raken, ook met iedereen oppakken en aanpakken?”

Voor mij is duidelijk, dat hiervoor politiek bestuurlijke vernieuwing nodig is. Op de huidige manier redden we dat niet. Er is volgens mij ook niet een eenduidige manier voor. We zullen op verschillende manieren elkaar moeten vinden in de uitdagingen waarvoor we staan. Er zijn enkele interessante mogelijkheden: de dorpentop, wijkpanels, digitale raadpleging. Niet in plaats van, maar naast bestaande inspraakmogelijkheden.

Wat het lastig maakt is dat je de veranderingen die nodig zijn pas in overweging kunt nemen binnen de bestaande politieke verhoudingen. Ik zal een voorbeeld geven.

Als wethouders of gedeputeerden (geen volksvertegenwoordigers, maar bestuurders) zich opwerpen als lijsttrekkers en stemmentrekkers bij de verkiezingen om na gekozen te zijn als volksvertegenwoordiger, weer wethouder of gedeputeerde te worden en dan samen te gaan uitvoeren waarvoor zij zich hard hebben gemaakt in “hun” campagne, dan lijkt het erop dat zij zichzelf in standhouden… Kies dan wethouders en kies dan gedeputeerden! Maar dat doen we dus niet. Niet zij, maar hun partijen houden dit in stand. Wil je dat doorbreken dan zijn het de politieke partijen die het grootst zijn en een meerderheid kunnen vormen die het voortouw  kunnen nemen om te komen tot verandering. Maar juist zij denken beter af te zijn door alles bij het oude te laten. Zij zouden macht, invloed en posities moeten aanwenden, niet door sommigen uit te sluiten, maar door iedereen te betrekken bij voor iedereen belangrijke uitdagingen. Provinciale Staten vertegenwoordigen immers alle inwoners van Fryslân, niet alleen leden van partijen of hun kiezers. Het College bestuurt de Provincie en niet alleen hun kiezers en ze vertegenwoordigen niet hun fractie of hun partij. Zoals altijd is de praktijk weerbarstig.

Illustratief is dat er partijen zijn die kleine partijen lastig vinden en versnippering willen tegengaan door de kiesdrempel te verhogen. Dat terwijl zij de versnippering over zichzelf afroepen. Als je duidelijk maakt dat je er voor iedereen bent, kan iedereen ook op jouw partij stemmen en beperk je daarmee versnippering en de opkomst van nieuwe partijen.

Dit neemt niet weg dat er stijlverschillen zijn en verschil van opvatting over uitdagingen en wenselijke oplossingen. Maar dat is wat anders dan minderheden en partijen uitsluiten of minderheden binnen je eigen partij. Een bindende coalitie en fractiediscipline past daarin niet. Het is iets anders dan je schijnbaar te versterken door je af te zetten tegen anderen en verschillen (die er nu eenmaal zijn) niet te erkennen.

Wil je uitdagingen met elkaar en niet tegen elkaar aangaan dan zullen de grote partijen en hun lijsttrekkers over hun schaduw heen moeten stappen. Ze moeten er niet alleen voor zichzelf en eigen kiezers zijn, maar zichtbaar en herkenbaar voor iedereen!

De dag na de verkiezingen is een mooi moment om daarmee te beginnen!

Jan Waterlander,

fractievoorzitter 50PLUS Fryslân