Doe kiezers recht en vernieuw politiek

Op woensdag 17 april werd tijdens de eerste bijeenkomst van de provinciale staten van Fryslân na de verkiezingen het advies van informateur Harry van der Molen besproken om te komen tot een coalitie van CDA, VVD, FNP en PvdA. Dát leidde tot nog al wat onbegrip en onverholen kritiek.

Traditioneel kruipen de partijen die samen de meeste zetels hebben gekregen in provinciale staten na de verkiezingen bij elkaar en spreken ze af wat er de komende ‘regeerperiode’ met de provincie gaat gebeuren. Vanuit deze partijen gaan een aantal gedeputeerden het beleid uitvoeren.

Als een gedeputeerde tijdens zijn of haar zittingsperiode iets wil, dan legt hij of zij dat voor aan de statenleden (het ‘parlement’ van de provincie) en die mogen daarover beslissen. Het zal niet verbazen dat de partijen die de gedeputeerden hebben geleverd, het altijd eens zijn met wat hun gedeputeerde voorstelt. De andere partijen (ook wel de oppositie genoemd) sputteren wat, krijgen misschien op onderdelen nog wat veranderd, maar ‘de wil’ van de gedeputeerde (en ‘zijn/haar partij’) is eigenlijk wet.

Maar, is dat nog wel van deze tijd?

Eind vorig jaar lanceerde 50PLUS het idee om het in onze provincie anders te gaan doen. Wettelijk staan gedeputeerden al los van de statenleden, maar het is zelfs denkbaar dat er gedeputeerden worden aangesteld zonder enige band met een politieke partij. Dit ‘duale systeem’ wilden we na de verkiezingen graag in praktijk gebracht zien.

Helaas vond een aantal andere partijen dat toen te ver gaan. Maar ze wilden toch wel wat veranderen. Zo ontstond het idee om na de verkiezingen eerst alle statenleden te laten meedenken over de plannen voor de komende vier jaar en pas daarna te bezien wie de gedeputeerden voor dat opgavenprogramma zouden gaan leveren. Dit voorstel werd breed gedragen.

Toch liep het de afgelopen weken anders. Het CDA benoemde snel een informateur, wilde het liefst doorgaan met gedeputeerden van de eigen partij en van VVD en FNP en zocht de PvdA er bij om zo de benodigde meerderheid aan zetels (22 van de 43) in de provincie te verkrijgen.

Bij de andere partijen heerste diepe onvrede over deze gang van zaken. CDA, VVD, FNP en PvdA bleken namelijk samen niet eens de meerderheid (maar slechts ruim 47 procent) van de stemmen te hebben behaald. En ze verloren bijna 10 procent van hun aanhang ten opzichte van 2015 (zie de LC van 17 april).

Tijdens het debat vroeg ik me dan ook af: gaan juist deze vier partijen weer alles van tevoren in beton gieten? En krijgen de andere partijen (met een meerderheid aan kiezers achter zich) de komende vier jaar weinig in de melk te brokkelen? Met een – unaniem aangenomen! – motie van 50PLUS lijkt echter toch een andere weg begaanbaar. Alle partijen hebben ermee ingestemd om toekomstige gedeputeerden de opdracht mee te geven via thema’s aan te geven over welke zaken (wegen, woningbouw, cultuur, enzovoort) beslist moet gaan worden. In plaats van een zogenoemd coalitieprogramma, gaan we dus naar een statenprogramma. Hoe? Ik kan me voorstellen dat gedeputeerden in het vervolg een soort van startnotitie voorleggen aan de statenleden. Die gaan er met elkaar over praten, vullen aan of schrappen en beslissen. De gedeputeerde zorgt vervolgens voor de uitwerking ervan.

Zo zijn (strakke) afspraken vooraf tussen de coalitiepartijen niet nodig. En kan straks bijvoorbeeld de PvdA over veenweiden een heel ander standpunt innemen dan CDA en VVD. Per onderwerp kan iedere partij, ieder statenlid, dan zijn eigen standpunt innemen. Pas dan wordt recht gedaan aan de keuze van de kiezers.

De komende weken gaan we zien hoe recht CDA, PvdA, VVD en FNP hun rug gaan houden. Immers, ook zij hebben alle vier hun handtekening onder dit voorstel gezet.

THEUN WIERSMA

Fractieleider 50PLUS Friesland

Deze bijdrage is eerder gepubliceerd in Rubriek 'Te Gast' van Leeuwarder Courant op 24 april 2019