Als elke seconde meetelt

Op het Friese platteland is de afstand naar een ziekenhuis vaak groot. Het concentreren van specialistische zorg heeft voordelen. Maar als we dan in Friesland nog maar een paar ziekenhuizen overhouden, is dat zorgelijk. Zeker als je er met spoed naar toe moet.

Er zijn meer ambulanceposten dan ziekenhuizen, dat scheelt. En er zijn richtlijnen voor hulpdiensten, die jaarlijks tegen het licht worden gehouden. Zo moet een ambulance vanaf de melding binnen 15 minuten aanwezig zijn op de locatie van de melder. Zodra het personeel is ingestapt zijn er nog 12 minuten over om naar de locatie van het incident te rijden. Dit is onderdeel van de zogenoemde 45-minuten-norm: de tijd waarin een patiënt (ongeacht leeftijd) in een ziekenhuis moet kunnen zijn.

De demografische ontwikkeling en het langer zelfstandig (moeten) blijven wonen zal het aandeel ouderen in deze statistieken logischerwijs doen toenemen.

Natuurlijk zijn aanrijtijden belangrijk en top als deze in 100% van de gevallen worden gehaald. Maar hoeveel tijd zat er tussen het ongeval en het telefoontje naar de meldkamer? Hoe lang lag iemand in huis op (de) hulp te wachten die uiteindelijk de meldkamer belde? Hoe vaak was iemand niet meer in staat om de meldkamer te bellen? De 45-minuten-norm komt dan in een ander daglicht te staan.

Hulpverleners mag je dit natuurlijk niet aanrekenen, maar het lijkt zinvol om bij te houden hoeveel tijd er zit tussen de behoefte aan noodhulp en het feitelijk daarom vragen. Dat zal niet altijd eenvoudig zijn. En niet in alle gevallen zal de nood zo hoog zijn dat minuten tellen. Maar in die gevallen dat elke seconde telt. Waarom worden dan niet álle seconden geteld?