50PLUS kritisch over openbaar busvervoer en sportbeleid

Als sinds de beraadslagingen van Provinciale Staten gaan over openbaar busvervoer wijst 50PLUS er op dat de provincie meer zelf het heft in eigen hand moet gaan nemen. Met name voor vervoer naar de bijna 400 dorpen, die Fryslân rijk is. Maar het college van Gedeputeerde Staten en de coalitie die haar steunt vonden dat geen goed idee. Langzamerhand lijkt de wal het schip te gaan keren.

Eind 2019 gaf de meerderheid van Provinciale Staten aan het college van GS de goedkeuring om te gaan onderhandelen met de bestaande (Arriva) en eventuele nieuwe vervoerders voor vervoer per bus in de periode 2022 – 2032. 50PLUS was zeer sceptisch. Omdat in het vooruitzicht lag dat door het ‘strekken van lijnen’ met name de dorpen van openbaar busvervoer verstoken zouden gaan worden. Met het strekken van lijnen wordt bedoeld: nu rijdt een bus van A, via B , C en D naar E, waarbij B, C en D dorpskernen zijn. Bij een gestrekte lijn rijdt de bus van A naar E en ‘schampt’ de dorpen. Je moet dan als reiziger uit een dorp bijvoorbeeld naar de provinciale weg lopen (of op een andere manier daar zien te komen) om de bus te kunnen pakken.

We kregen toen te horen dat vervoer van en naar dorpen al prima geregeld was via De Opstapper. Huh? Wat is dat? Wel, het blijkt dat er al vanaf 2012 zo’n 600 buslijntjes liggen die dorpen verbindt met de ‘hoofdstructuur’ (bus of treinstation). Maar dan moet je moet zo’n bus wel een uur van tevoren reserveren. Wie het bustijdenboekje op papier wil printen heeft 1.700 vellen papier (tweezijdig bedrukt) nodig. Maar vrijwel niemand in onze omgeving kent De Opstapper. En dat zal voor veel Friezen gelden.

Dit is volgens 50PLUS te wijten aan zowel Arriva als de provincie. Het bestaan van De Opstapper is nooit echt goed gepromoot. (Behalve misschien in Noord-Oost, waar De Opstapper een onderdeel is van de mobiliteitscentrale en Jobinder.) Wij hebben alle vervoersbewegingen van De Opstapper in 2019 geanalyseerd en daaruit blijkt dat er op een enkele Opstapper-lijn na er op de meeste lijnen maar enkele tientallen tot enkele ritten per jaar worden gemaakt. Met gemiddeld 1 a 2 reizigers in de bus. Vaak lijkt het er op dat iemand in een dorp toevallig De Opstapper heeft ontdekt en die regelmatig alleen voor hem of haar laat rijden.

50PLUS is tot de conclusie gekomen dat De Opstapper in theorie een geweldig project is, maar in de praktijk niet werkt. Onbekend maakt onbemind. En hoe zou dat in de volgende tien jaar gaan?

Corona

Een geluk bij een ongeluk is dat door de corona-pandemie een nieuwe concessieverlening van tien jaar er niet in zat. Het openbaar busvervoer zakte als een plumpudding in elkaar. Zeker in Fryslân, waar 75% van het bus-ov onderwijs gerelateerd is. Geen school, geen vervoer. De vervoersbedrijven stonden niet te springen om nu een offerte te doen voor de komende 10 jaar. (Dat geldt overigens ook voor de rest van Nederland.)

Om die reden heeft GS besloten om een overbruggingsconcessie te maken. Een contract voor twee jaar (eind 2022 tot eind 2024). En alleen met Arriva. Natuurlijk sta je als onderhandelende provincie niet sterk als je maar met één vervoerder afspraken gaat maken. Maar Arriva heeft in haar concept-plannen wel opgenomen dat er geëxperimenteerd gaat worden met alternatief vervoer van en naar dorpen. Leenauto, leenfiets, carpoolen etc. Arriva zei dat te kunnen op basis van brede ervaring.

Gebaseerd op wat wij gezien hebben met De Opstapper (mislukking) en uit een onderzoek van ons bleek dat Arriva helemaal geen ruime ervaring heeft met alternatief vervoer betwijfelde 50PLUS of je dat wel aan Arriva moet over laten. Wij kunnen ons niet voorstellen dat Arriva – als het bedrijf niet zeker weet of het ook het vervoer na 2024 mag verzorgen – zich in die twee jaar geweldig gaat inspannen om van dat alternatief vervoer een succes te maken. Er moet immers ook geinvesteerd worden….

50PLUS en SP wilden via een motie het alternatief vervoer bij Arriva weg houden om dat als provincie in eigen beheer te gaan doen. Omdat een meerderheid van de Staten liet zien daar niet voor te zijn en de gedeputeerde zei dat dit niet haalbaar was vóór eind 2022 trokken 50PLUS en SP de motie in.

Wel is toegezegd dat de provincie de ontwikkelingen die jaren strikt gaat volgen en het wellicht een opstap(per) kan zijn naar het meer in eigen hand houden van het openbaar busvervoer vanaf 2024. Want het gaat niet goed daarmee. Als zelfs HBO-studenten liever met het autootje komen dan per bus (zoals we van een schoolleider hoorden) dan is de bijl aan de wortel van de busvervoerboom gelegd.  

Beleidsbrief Sport

Over de beleidsbrief sport zei Theun Wiersma dat het op papier er mooi uitzag. Allerlei superlatieven waardoor sport en bewegen de hemel in werden geprezen. Nu hebben de bestuurspartijen in hun bestuursakkoord gezet dat Fryslân een Bloeizone moet worden. Een plek op aarde waar mensen lang en gezond leven. Sport en bewegen zijn daarbij essentieel. Maar tijdens een commissievergadering liet gedeputeerde de Rouwe weten dat niet hij maar collega Fokkinga over de Bloeizone ging…

50PLUS constateert dat de beleidsbrief Sport dus in wezen een opsomming is van instanties die subsidie kunnen krijgen. En dan valt op dat er relatief veel naar de topsport gaat. Voor zo’n 450 topsporters wordt ongeveer 3 ton per jaar uitgetrokken. (€ 600 per persoon). Voor breedtesport ongeveer 6 ton. Dus nog geen € 1 per Friese burger. Dát vond 50PLUS een te scheve verhouding.

Dan staat er ook nog 8 ton op de begroting om een grote wielerronde (zoals de Tour, Vuelta of Giro) naar Fryslân te halen. Volgens 50PLUS leuk is dit leuk voor een paar bobo’s die daarbij het glas kunnen heffen. Maar de renners zoeven zo de provincie uit (geen punten voor de berg-trui) en geen gewone Fries die er wat aan heeft. Het opzetten en/of promoten van Lowland games of Frysian Games met veel buitenlandse bezoekers zet meer zoden aan de dijk dan zo’n wiellerronde. Met collega Bijlsma van D66 Was Theun Wiersma het helemaal eens: zo’n evenement is niet nodig om het fietsen in Fryslân te bevorderen. Vraag maar de jongelui uit dorpen, die naar de stad moeten voor middelbaar onderwijs. Zij moeten vaak met de fiets naar de school in de grotere plaatsen. M.n. omdat het openbaar vervoer niet goed geregeld is. En zo zijn we terug waar we dit artikel mee begonnen.

 

 

Overigens: he busje op de foto is ee voorbeeld uit Amsterdam. In Fryslân rijden er allerlei verschillende voertuigen (taxi's busjes) onherkenbaar over de lijntjes. Oh nee, toch niet. In Noord-Oost rijden de voertuigen sinds kort met een Opstapper logo, aldus de abtenaren die wij een week voor de behandeling op 23 juni spraken. Tien jaar na dato invoeren van De Opstapper.